|
POERIM
Op 28 februari wordt wereldwijd door Joden het Poerimfeest gevierd,
het feest van goed en kwaad.
Israël leeft steeds in een voortdurende dialoog met zijn God, die
de God van de geschiedenis is. De God van Israël heeft de mens
nodig om Zijn wil te realiseren in de wereld. Mensen zijn door Hem bedoeld
als medewerkers om het kwaad te verijdelen, en het leven, zoals God
het bedoeld heeft, te bevorderen. Ieder mens draagt daartoe verantwoordelijkheid.
Tijdens de ballingschap werd Esther door haar oom Mordechai gewezen
op haar unieke mogelijkheden aan het hof van koning Ahasveros.
Met gevaar voor eigen leven zet zij zich in om het leven van haar volk
te redden. Immers, Amalek, die het al eerder op het joodse volk had
voorzien tijdens de tocht door de woestijn, en symbool staat voor de
bedreiging van het volk, is weer actief. Hij manifesteert zich nu in
de persoon van Haman, een nakomeling van Amalek.
Wat had Esther in huis om de strijd tegen het kwaad aan te binden? Haar
positie? Haar schoonheid? Haar charme? Ze besloot alles in te zetten
na de woorden van haar oom Mordechai: "Misschien ben je juist koningin
geworden met het oog op een tijd als deze." Esther begreep dat
van haar verwacht werd het feit dat ze joods was niet langer geheim
te houden. Maar ze vroeg wel om steun en solidariteit van haar volk:
drie dagen lang zouden ze met elkaar vasten.
"Kom ik om, dan kom ik om," zijn de woorden die ze sprak,
en toen ging ze naar de koning
om de zaak voor haar volk te bepleiten. Dat ze slaagde in haar opzet
wordt nog ieder jaar als de overwinning van het goede op het kwade met
veel vrolijkheid gevierd, zowel in de synagoge als thuis.
De naam van God komt in het verhaal niet voor, echter duidelijk is dat
God geen buiten de wereld staande aanwezigheid is, maar een stuwende
kracht in het hart.
Mordechai en Esther geven in het verhaal het volk Israël hoop.
"Ook al zien jullie Hem niet meer, toch blijft God aanwezig, heb
maar geduld, en doe wat je doen moet."
In 2009 zijn er in West-Europa meer antisemitische incidenten gemeld
dan ooit tevoren sinds de Tweede Wereldoorlog, meldt een rapport dat
de Jewish Agency uitbracht. Hoe denken u en ik onze verantwoordelijkheid
te dragen? Wat hebben wij, ieder van ons persoonlijk, daartoe in huis?
Louise Katus-Luyendijk
|