|
Allereerst is er een beeld van de goede aarde zoals het begon in de oertijd. Zonlicht zien we. Land en water. Vissen en vogels. Vegetatie. En God zag dat het goed was.
|
|
| |
|
|
|
Maar er zijn tegenkrachten. Het tweede beeld. De zonde en de dood. De wateren, teken van chaos en dreiging, krijgen de overhand. Hopeloos echter is het beeld niet. De boog omspant het angstig gebeuren. En de ark gaat niet ten onder.
|
| |
|
|
God is trouw aan het werk van zijn handen. Hij laat zijn schepping niet los. In het beeld van de twee mannen met hun druiventros - derde reliëf - zien we de belofte van een nieuw land, een nieuwe aarde, een wereld waar het leven goed is.
|
|
| |
|
|
|
Centraal in het gebeuren plaatst Diekerhof een teken van Christus' aanwezigheid. In de symbolen van alpha en omega ziet hij de trouw van God in Jezus Christus. Van begin tot einde trekt Hij met ons mee.
|
| |
|
|
Dan volgen de beelden van brood en vis, brood en wijn, diaconie en avondmaal. Leven en overvloed ontvangen wij uit de hand van Christus. En wij delen met elkaar. Dat laten ons het vijfde en het zesde reliëf zien.
|
|
| |
|
|
|
In beeld zeven zet de vernieuwing zich door in de kracht van de Geest. De aarde en de mensen zijn bezig zich te vernieuwen. Het is al begonnen. Merk je het niet?
|
| |
|
|
Als een tegoed, dat nog te wachten staat, is er de finale belofte van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waar een lam de leiding heeft. Het lam brengt ons ten laatste thuis. Dit hoge beeld staat enigszins apart. Het overstijgt onze eerste geschiedenis.
|
|