|
Hij kent ons, de Heer onze God, en geen mens kent ons beter dan Hij. Ja, Hij kent ons de Heer onze God, en Hij is ons ook altijd nabij als een vriend. Hij dreigt niet, Hij maakt ons niet bang. |
En nooit laat Hij ons in de steek, Kijk rond en je vindt iets van Hem. |
|
Je moet wel heel veel van iemand houden als je wilt vechten voor hem. Je moet wel heel veel van iemand houden als je kunt wachten met hem. Je wordt begrepen zonder een woord: voor je wat zegt, ben je gehoord. Je wordt bevestigd in wie je bent: je bent in liefde gekend. Je moet wel heel veel van iemand houden als je wilt lijden met hem; je moet oneindig van iemand houden als je wilt sterven voor hem. Ubi caritas et amor. Deus ibi est. (2x) |
|
Ik zag een vluchtend meisje, alleen en ondervoed. En ze vroeg me met haar ogen: waarom heb jij het zo goed? En moet ik van honger sterven, geen huis meer en geen brood? Waarom stem jij zwijgend in met mijn dood? Ik zag een kleine jongen, gevlucht in de woestijn. refrein: |
De machten van de wereld staan vooraan in de rij refrein Je kunt het zo mooi zeggen, jij koning of president. refrein |